Dyscalculie

Bij dyscalculie is sprake van ernstige rekenproblemen die ondanks gericht individueel rekenonderwijs weinig verbetering laten zien (resistentie). Voorwaarde is bovendien dat het kind een gemiddeld IQ heeft (bij een hoog IQ ligt het weer wat ingewikkelder). Ernstige rekenproblemen en dyscalculie komen meer voor dan menig ouder (en leerkracht) denkt. Volgens prof. Hans van Luit van de Universiteit Utrecht en vermaard rekendeskundige heeft 15% van de leerlingen rekenproblemen, 7-8% heeft ernstige rekenproblemen en bij 2-3% van de leerlingen is er sprake van dyscalculie. In een op de twee klassen zou je dus al een kind met dyscalculie mogen verwachten. Wanneer uw kind gedurende langere tijd (6 maanden of langer) en bij opeenvolgende CITO-afnames van rekenen en/of hoofdrekenen het (heel) slecht doet (CITO-scores V of E) dan kan er sprake zijn van dyscalculie. Als ouder is het dan verstandig om dit bij school aan te kaarten (als school er niet al zelf over begonnen is) en te vragen wat er aan extra gericht rekenonderwijs is gedaan of gedaan zal worden. Afwachten is niet wijs, want de achterstand wordt alleen maar groter, het competentiegevoel en zelfvertrouwen van uw kind wordt ondermijnd en ook het zelfbeeld (“Ik ben dom”) en het plezier in school komen onder druk te staan. Idealiter start de school met het dyscalculie-protocol (als ze dat hebben), maar in elk geval is het belangrijk dat de school extra en liefst individuele rekeninstructie geeft, gericht op díe rekenkennis- en vaardigheden die uw kind mist. Denk daarbij aan een half tot één uur instructie per week, plus bijbehorend huiswerk (15 minuten per dag). Het is te hopen dat de school van uw kind dat kan bieden. Als na ongeveer een half jaar de CITO-scores/rekentoetsen niet wezenlijk verbeterd zijn, dan is het raadzaam om een dyscalculie-onderzoek uit te laten voeren, hetzij via school (als dat kan), hetzij door een psycholoog/orthopedagoog met ervaring op het gebied van dyscalculie (zoals ondergetekende). Ernstige rekenproblemen hoeven niet altijd het gevolg te zijn van dyscalculie. Mijn ervaring is dat goede, gerichte instructie, die rekening houdt met de zwakke en de sterke plekken (die zijn er vaak ook) in het rekenen, veel verbetering kunnen geven. In dat geval is er dus geen sprake van resistentie en dus ook niet van dyscalculie.

Kijk op de pagina Dyscalculie Onderzoek en Behandeling om te zien op welke wijze dyscalculie vastgesteld en behandeld kan worden.

Kijk op de pagina Consequenties van Dyscalculie om te zien wat de gevolgen van dyscalculie kunnen zijn voor de ontwikkeling en (school)loopbaan van uw kind.

Delen/Bookmark

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *