Het belang van vroeg ingrijpen bij problemen

Zowel uit mijn onderzoek als de ervaringen in mijn praktijk blijkt dat het beter is om problemen van/met kinderen niet op hun beloop te laten. Natuurlijk kunnen kinderen door fases gaan waarin hun gedrag problematisch is en natuurlijk hebben kinderen heel veel veerkracht. Veel problemen gaan ook “vanzelf” over. Maar als problemen langer dan drie tot zes maanden aanhouden of wanneer ouders op allerlei manieren signalen krijgen dat er mogelijk iets mis is, dan is het beter om naar het kind te laten kijken. Als er niets aan de hand is, dan is dat ook weer een geruststelling.

In mijn onderzoek waren er enkele kinderen die al bij het eerste bezoek op 12 maanden (onverwacht) duidelijke signalen voor problemen lieten zien. Pijnlijk voor de ouders, maar nu waren deze wel in staat om met hun kind aan de slag te gaan. Een groter aantal kinderen liet vage signalen zien, in de zin van drukte, niet goed kunnen spelen, erg afgeleid of moeilijk in het contact. Te mild en te vaag om iets mee te doen en bovendien ondervonden de ouders geen opvallende problemen. Kort na de start in groep 1 bleken enkele van deze kinderen al vast te lopen, meestal met diagnoses in de richting van PDD-NOS en autisme. Ook liepen enkele kinderen die eerder in het onderzoek al hoogbegaafd bleken, vast in de onderbouw van de basisschool. Meer recent kwamen er weer nieuwe “probleemgevallen” bij van kinderen met leer- en gedragsproblemen (o.a. dyslexie) in groep 3. De (voorlopige) conclusie die ik uit het onderzoek heb getrokken: wees alert op vroege signalen, probeer ze te verduidelijken en blijf goed volgen hoe het kind zich verder ontwikkelt. Tegelijkertijd kan het geen kwaad om de ontwikkeling van het kind te versterken of bij te sturen. Daar zijn interventies voor, bijvoorbeeld voor ontwikkelingsachterstand (Kleine Stapjes) of autisme (Floorplay). Beter om in de voorschoolse periode gericht wat bij te spijkeren, dan af te wachten hoe het straks op school gaat.

Waarom worden veel problemen pas zichtbaar op school? Daar kunnen allerlei redenen voor zijn:

  • Ouders groeien mee met hun kind en passen zich aan aan het gedrag van hun kind. Zo compenseren ze vaak onbewust voor kleine beperkingen in hun kind. Als die kinderen naar school gaan, dan wordt er niet gecompenseerd en worden de problemen duidelijk zichtbaar.
  • Soms maken ouders zich wel degelijk zorgen over de ontwikkeling van hun kind, maar krijgen ze van hun omgeving te horen dat het wel meevalt of vanzelf over gaat – ook geregeld van het consultatiebureau. Uit een enquete die ik in 2004 heb gehouden onder ouders van een kind met een verstandelijke beperking bleek dat die ouders (voornamelijk moeders) gemiddeld rond 10 maanden het gevoel hadden dat er iets mis was, maar dat de diagnose pas rond 5 jaar werd gesteld. Zorgen van ouders over hun kind moeten altijd serieus genomen worden!
  • Van consultatiebureau-artsen hoor ik vaak dat ze problemen zien bij jonge kinderen, maar dat hun ouders “er niet aan willen”. Ook dat zal zeker voorkomen. Begrijpelijk: je wil niet dat het niet goed gaat met je kind, maar uiteindelijk is het kind er niet mee gebaat als er niets gedaan wordt.
  • Wanneer het kind naar school gaat worden er ineens veel hogere eisen gesteld aan het kind. Voor elk kind is het wennen, maar bij de meeste kinderen duurt dit een tot enkele weken. Sommige kinderen hebben wel een half jaar nodig en dan is het verstandig om uit te zoeken waarom het wennen bij dat kind zo lang duurt. En andere kinderen kunnen gewoon niet meekomen: verstandelijk, sociaal of emotioneel. Door deze kinderen goed te ondersteunen kan een hoop ellende in de daaropvolgende jaren voorkomen worden.

Mijn ervaring is intussen: als er mogelijke problemen zijn, zoek het uit. Als er echt een probleem is, dan leidt niets doen alleen maar tot meer en grotere problemen, die bovendien minder beheersbaar worden.

In het onderzoek volg ik intussen meer dan 1oo kinderen vanaf 12 maanden al bijna 7 jaar en zie ik hoe kleine problemen steeds groter worden. In mijn praktijk zie ik hetzelfde. Vaak geldt: hoe ouder het kind, hoe groter de problemen en hoeveel meer energie het kost om de problemen op te lossen. Een temperamentvolle peuter kan uitgroeien tot een opstandig basisschoolkind (thuis en/of op school) en een onbeheersbare puber, waarbij het complete gezin ontwricht kan raken. Het hoeft gelukkig niet altijd zo te lopen, maar mijn advies: let goed op de ontwikkeling van je kind. Als bepaalde problemen langer dan 6 maanden blijven aanhouden of erger worden, laat dan een kinderpsycholoog naar je kind kijken. Voorkomen is beter dan wachten tot het probleem misschien onbeheersbaar wordt.

Delen/Bookmark

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *