Schreeuwende leerkrachten? Niet best voor uw kind

Schreeuwende leerkrachten? Niet best voor uw kind

Hoort u wel eens van uw kind dat zijn/haar leerkracht schreeuwt in de klas? Vooral als dit met enige regelmaat gebeurt, dan is dat geen goed teken. Niet voor uw kind en zijn/haar klasgenoten, maar ook niet voor de leerkracht. Ik krijg met regelmaat kinderen en zelfs pubers in mijn praktijk die in meer of mindere mate beschadigd zijn doordat ze een of meer jaren in een klas hebben gezeten met een schreeuwende leerkracht. Voor leerlingen in de basisschool, en in het bijzonder de onderbouw, is de leerkracht de vervangende hechtingsfiguur (als het goed is) die in de klas de fysieke en emotionele veiligheid moet bieden die ouders thuis bieden. Als een leerling zich ongelukkig voelt, dan moet hij/zij zonder angst bij zijn/haar leerkracht terecht kunnen voor steun en veiligheid. Een leerkracht die regelmatig boos is en schreeuwt maakt dat de leerling zich onveilig voelt en onzeker wordt.

Schreeuwen en boosheid zijn tekenen van onmacht van de leerkracht

Het schreeuwen van een leerkracht is vrijwel altijd gericht op een klein aantal leerlingen die geregeld storend en grensoverschrijdend gedrag laten zien en die het geduld van de leerkracht ernstig op de proef stellen. De frustratie loopt op bij de leerkracht en dan is er nog maar één druppel nodig om het emmertje over te laten lopen en de leerkracht schreeuwend de leerling de klas uit stuurt. Ook andere leerlingen die weinig of geen problemen veroorzaken kunnen het slachtoffer worden doordat ze per ongeluk op het verkeerde moment (als de leerkracht aan de grens van zijn/haar frustratietolerantie zit) het verkeerde zegt of doet.

Wat doet schreeuwen met de leerlingen?

Een schreeuwende leerkracht levert alleen maar verliezers op: De leerling die de grenzen opzoekt en regelmatig toegeschreeuwd en bestraft wordt krijgt het gevoel dat hij (zij) nooit iets goed kan doen en trekt zich op een bepaald moment niets meer aan van het schreeuwen en gaat nog meer de grenzen opzoeken. De (onschuldige) medeleerlingen zullen zich steeds minder veilig gaan voelen bij deze juf die ineens boos kan worden. Vooral de meer gevoelige leerlingen zullen zich erg bedreigd voelen door de boze uitbarstingen van de leerkracht en kunnen hier blijvend onzeker van worden. De boze reacties van de leerkracht hebben ook een voorbeeldfunctie voor de leerlingen: het bevordert dat leerlingen hun conflicten ook oplossen door te schreeuwen. Al met al leidt dit tot een verslechtering in de groepssfeer en in de interacties binnen de groep, die de hele schoolperiode mee kunnen blijven spelen.

Wat betekent het schreeuwen voor de leerkracht?

Ook de leerkracht is slachtoffer. Boos worden en schreeuwen zijn uitingen van onmacht. De leerkracht merkt dat hij/zij niet in staat is om bepaalde problemen op de gewenste, redelijke manier op te lossen. Door boos te worden laat de leerkracht merken dat hij/zij de controle verliest over zichzelf, de bewuste leerling en de groep. Grensopzoekende leerlingen leren hieruit dat zij controle op de leerkracht kunnen uitoefenen. Door de leerkracht boos te maken kunnen ze de klas uit, hun stoerheid bewijzen of ervoor zorgen dat de leerkracht allerlei “overtredingen” gaat negeren om de rust te bewaren in de klas. Het gevolg is dat de leerkracht niet meer duidelijk de grenzen handhaaft waardoor er steeds meer onrust ontstaat in de klas. De leerkracht zal zich steeds meer overbelast gaan voelen, met minder plezier voor de klas staan en sneller over zijn/haar grenzen gaan. De machteloosheid zal een flinke knauw geven aan het zelfvertrouwen van de leerkracht. De leerkracht komt met zijn/haar klas in een negatieve spiraal terecht.

Wat te doen als leerkracht?

Een leerkracht die merkt dat hij/zij in toenemende mate boos wordt in de klas en gaat schreeuwen, doet er goed aan om te reflecteren op wat er gebeurt in de klas. Als hij/zij reeds van alles heeft geprobeerd, dan is het belangrijk om hulp te vragen van de school. Er kunnen allerlei redenen zijn voor de overbelasting: misschien spelen er dingen in de privésituatie, vaak is er sprake van een moeilijke groep met relatief veel “probleemgevallen”, ook kan het zijn dat de leerkracht het klassenmanagement niet goed aanpakt. Duidelijk is dat de balans tussen de belasting en de draagkracht van de leerkracht zoek is. Vaak zal een leerkracht niet meer in staat zijn om de problemen zonder hulp op te kunnen lossen. Niets doen is echter geen optie: op de langere duur zullen de problemen voor iedereen alleen maar erger worden, ook voor de leerkracht. Het is in het belang van iedereen, inclusief de school, dat dergelijke problemen bespreekbaar zijn en dat ze op een constructieve manier aangepakt worden. Ook hier geldt weer: houd je functioneren als leerkracht steeds in de gaten en als je signalen ziet dat het niet goed dreigt te gaan, bespreek dat dan in een vroeg stadium, zodat de situatie niet erger wordt. Ook voor scholen is het belangrijk om hier op te letten en om te zorgen voor een positief klimaat waarin leerkrachten hun problemen bij de directie durven neerleggen zonder angst voor negatieve consequenties. Vooral beginnende leerkrachten moeten vanaf het begin goed begeleid worden in hun klassenmanagement, zodat ze leren om op een positieve manier structuur te bieden in de klas.

Wat kunnen ouders het beste doen?

Ouders die van hun kind horen dat de leerkracht met regelmaat boos is en schreeuwt, doen er verstandig aan om dat met hun kind te bespreken en vervolgens aan te kaarten bij de leerkracht. In het gesprek met de leerkracht kan de ouder noemen dat hun kind thuis heeft verteld dat de leerkracht regelmatig boos is. Klopt dat? Vertel welk effect dat heeft op het kind. Dat de ouders zich zorgen maken over hun kind, maar ook over de leerkracht. Gaat het wel goed met hem/haar? Geef aan dat je als ouder overtuigd bent van de goede intenties van de leerkracht, maar dat het om de een of andere reden niet lukt om beheerst om te gaan met probleemsituaties. Adviseer de leerkracht om het probleem met de IB’er of directie te bespreken om hulp te krijgen. Als de situatie niet verandert en het kind (toenemend) problemen gaat ervaren, dan blijft er niet veel anders over dan het probleem met de directeur of de vertrouwenspersoon van school te bespreken.

Delen/Bookmark